Instituut voor scheepvaart en luchtvaart

Een scheepvaartkundig museum, dat vroeger aan den Haringsvliet was gevestigd en bij de gebeurtenissen in mei 1940 is verloren gegaan, zal medio juni 1942 weer over een eigen gebouw beschikken, dat naar het ontwerp van ir. A. Van den Steur aan de Rochussenstraat zal verrijzen.

Na de ramp van Rotterdam is het instituut voor Scheepvaart gehuisvest op de derde verdieping van het Museum voor land- en Volkenkunde aan de Willemskade, doch al had men in dit gebouw ruimte gevonden., voldoende gelegenheid om museumstukken op te bergen was er niet. Het bestuur van het Nationaal Technisch Instituut voor Scheepvaart en Luchtvaart heeft daarop pogingen in het werk gesteld terrein te verwerven voor een definitieve huisvesting en men heeft toen in de eerste plaats gedacht aan een gebouw, dat deel uitmaakte van het complex van geprojecteerde gebouwen voor de oorspronkelijke dit jaar te houden tentoonstelling Rotterdam 1941, het Water, de Vriend en de Vijand van Nederland. Van alle tijdelijke gebouwen zou dat, waarin het aan den Haringvliet te klein behuisde Scheepvaartkundig Instituur zou komen, bestendigd worden met het Maritiem Museum Prins Hendrik, dat ook aan de Willemskade is ondergebracht.

De tentoonstellingsplannen zijn, zooals in het begin van deze maand is medegedeeld, voor een reeks van jaren uitgesteld, maar het bestuur van het Scheepvaartkundig Instituut heeft toestemming gekregen het geprojecteerde gebouw voor een groot gedeelte op te trekken.

Het nieuwe gebouw komt aan de Rochussenstraat, tegenover de Nederlandsche Speciaal Drukkerijen en wordt omringd door groot gazon, dat tot het gebouw van de Unilever reikt. Het gebouw was in Z-vorm geprojecteerd, waarvan de zuidelijke vleugel, welke een lengte hebben van respectievelijk 46 en 37 meter worden ongeveer 14 meter hoog en bijna 10 meter diep.

Op den begane grond komen de bibliotheek en vertrekken voor directie en administratie; door middel van een uitgebouwd trappenhuis – bekroond met een sierlijke gebogen puntdak – bereikt men de verdieping, waar zich een tentoonstellingszaal met balcon op het zuiden en een lezingzaal voor ongeveer 150 personen bevinden.

De toepassing van gebogen lijnen, vooral bij den hoofdingang aan den kant van het plantsoen en de ronde vensters heeft een sierlijk geheel doen ontstaan, waarbij de contrasteerende werking van rooden baksteen en betonsteenen versieringen en plinten een aesthetische noot op zichzelf zal blijken.

Het spreekt vanzelf, dat bij den bouw, welke ongeveer anderhalf zal vorderen, de jongste voorschriften van ir. RIngers in acht worden genomen. De N.V. aannemingsmaatschappij voorheen H. en P. Voormolen is bereids begonnen met de voorbereidende werkzaamheden op het bouwterrein.

uit:
Rotterdamsch Nieuwsblad
18 januari 1941